
Unico Evert Alberda tot Vennebroek, geboren op 02-02-1714 te Kantens, overleden in januari 1794 te Groningen; en zijn echtgenote Theodora Elisabeth de Sigers ter Borch, geboren in 1715 te Gieten, overleden op 10-06-1747 te Anloo.
Als je omstreeks 1750 vanuit Gasteren Anloo binnenkwam, kreeg je meteen de indruk van een welvarend dorp. Links viel de fraaie woning op die de familie Ellents daar had gebouwd en tot afbraak in de 19e eeuw is blijven bewonen. Aan de rechterkant bevond zich een indrukwekkend landgoed met het ‘Huis te Anloo’, de latere havezate Vennebroek. Van geen van beide ‘huizen van stand’ zijn afbeeldingen niet (meer) beschikbaar; maar in elk geval van Venebroek zijn wel de afmetingen en bijgebouwen bekend (zie de pagina ‘havezate Vennebroek’).
Wie de eigenaars en bewoners waren, daarover is meer te zeggen.
Het Ellentshuis is gebouwd en bleef steeds bewoond door de familie Ellents; meer daarover elders op deze website.
Vennebroek, eerder bekend als Huis te Anloo, is in het bezit geweest van en bewoond door een hele reeks notabelen. En, misschien verwarrend: in die reeks treffen we ook de naam Ellents aan.
Wanneer en door wie deze borg is gebouwd is niet zeker. Aangenomen wordt dat de gedeputeerde Casper van Selbach hiertoe opdracht heeft gegeven, in 1701 is sprake van ‘old getimmer ter naam van de heer Gedeputeerde Caspar van Selbag’. Deze heer Caspar Selbach, die al in 1706 overleed, heeft waarschijnlijk altijd op het Laarwoud in Zuidlaren gewoond. Na zijn dood kwam het pand in Anloo in het bezit van de kinderen van zijn broer predikant Johannes van Selbach, die toen ook al was overleden. Twee van de erfgenamen overleden al in 1715 en 1716 en lieten alles na aan de dochter van hun overleden zuster Anna Helena, die gehuwd was geweest met dokter Petrus van Oostbroek.
Deze laatste verkocht in 1717 de borg voor een bedrag van 5.250,00 carolusgulden aan de ette Bareld Homan, die als tussenpersoon optrad namens de ontvanger/generaal Hendrik Jan Ellents. Een lid van de famlie die ook het Ellentshuis bezat.
Hendrik Jan Ellents ging in 1739 failliet. Het huis werd toen toegewezen aan Samuel Nijsingh, een der belangrijkste crediteuren. De zoon van deze Nijsingh, Coenraad Samuel, heeft enige tijd op de borg gewoond. Het huis was toen nog steeds een ‘borg’ en geen havezate. Het droeg ook nog niet de naam Vennebroek.
In ca. 1746 verkocht Nijsingh het pand aan Ritmeester Unico Everd Alberda, heer van een havezte in Paterswolde… met de naam Vennebroek! Er was eerder sprake van ruiling dan van verkoop. ‘Den 20 Februari heeft de Heer Rit-meester Alberda tot Vennebroek betaald de 40ste penning van sevenduisent negenhonderd en agt en tagtentich gulden, zijnde penningen door zijn Hoogh Welgeb. op de koop of ruiling van het huis en de goederen te Anloo, tegen het huis de Vennebroek te Eelde of Paterswolde aan Mevrouw de weduwe en Erfgenamen van wijlen de Heer Secretaris S. Nijsingh toegegeven.’ Hieruit volgt dat het huis te Anloo klaarblijkelijk 7.988 carolusgulden meer waard was dan Vennebroek te Paterswolde.
Ritmeester Alberda was indertijd de meest aanzienlijke dorpsbewoner. Een grafkelder voor zijn gezin in de Magnuskerk getuigt daarvan, evenals een eigen familiebank (zoals ook de familie Ellens had).
Alberda was tweemaal getrouwd en had meerdere kinderen die jong overleden. Meer daarover vindt u elders op deze website.
Het huis te Anloo kreeg pas in 1747 de naam Vennebroek. Alberda, die het recht van havezate bij de ruil met Nijsingh had behouden, diende een verzoek in bij de landsdag tot verlegging van dit recht op zijn nieuwe huis. Ridderschap en eigengeërfden keurden dit zonder problemen goed. Waarom het verleggen van dit recht? Misschien was er sprake van een groter aanzien en/of speelde de vrijdom van lasten een rol. Deze voordelen kreeg Unico Alberda echter niet. De kerspellieden van Anloo keurden in 1747 de verlegging goed, maar bepaalden dat Alberda de kerke-, kerspel- en boerlasten gewoon moest betalen.
Op 2 mei 1783 werd de havezate verkocht aan Jan Geertsema-Wygchel, vredesrechter uit Zutphen, voor een bedrag van 12.100 carolusguldens. Samen met zijn vrouw Anna Paets kwam hij hier wonen. Hun dochter Jacoba Adriana werd in 1785 in Anloo geboren. Van de koop was slechts uitgesloten de grafkelder in de kerk.
De beide echtgenoten en drie jong gestorven kinderen van Alberda hadden hier immers hun laatste rustplaats gevonden.

Hans Sebastian Beck en zijn vrouw. Deze ‘stamvader’ van de familie Beck was theoloog in Basel en man van groot aanzien, die onder meer deelnam aan de grote Nationale Synode in Dordrecht, in 1618-1619.
Op 9 juli 1790 vertrok de gehele familie Geertsema met ‘attestatie’ (getuig-schrift van de kerk) naar Schildwolde. Zij verkochten de havezate, voor de som van 15.000 guldens, aan kapitein Hans Heinrich Beck uit Beuningen. Hans Heinrich Beck, geboren in 1756 te Delfzijl, was getrouwd met Isabella Mackaij, van Schotse afkomst maar geboren in Gorkum in 1748. Zij kregen vier kinderen, drie dochters en één zoon. De kinderen zijn steeds in verschillende plaatsen geboren, zodat kan worden vastgesteld dat het gezin nogal eens is verhuisd.
Hans Heinrich moest destijds voor de betaling van de koopsom al een hypotheek afsluiten, met de havezate als onderpand. Dit gebeurde, waarschijnlijk vanwege de afkomst van zijn vrouw, bij de Londense bankier Henry Hope. Duidelijk is dat de gebouwen er op dat moment (de havezate wordt als onderpand genoemd) nog stonden; maar hierna wordt alles bijzonder duister. De Franse revolutie van 1789 miste ook haar invloed in Nederland niet, veel gegoede families verloren hun fortuin. Ook Vennebroek was dit lot beschoren. Hans Heinrich Beck, toch al niet zo goed bij kas, zoals blijkt uit zijn leningen, was in grote financiële moeilijkheden geraakt. Hij kon aan de Londense bank de aflossing en de rente niet meer betalen. Door deze geldelijke problemen werd onvoldoende onderhoud gepleegd en klaarblijkelijk was twintig jaar al het een en ander wegens bouwvalligheid ineengezakt of afgebroken. Vermoedelijk ook het huis zelf. De gebouwen zouden dus verkocht moeten worden. In een akte gaf bankier Hope daarbij de volgende verklaring: ‘Daar (…) de Heer Comparant Hope bij deze dispositie gene andere bedoeling hadde als het geluk en de welvaard van den Heer en Mevrouw Beck benevens derselver familie te bevorderen…’. Helaas was het huis intussen zo in waarde gedaald dat executie geen zin meer had. Uit geschriften blijkt dat al in 1803 restanten van Vennebroek door Salomon Moses uit Zuidlaren zijn gesloopt.
Over de nadagen van Vennebroek en wat op deze locatie vervolgens plaatsvond leest u meer elders op deze website.
Overzicht eigenaars en bewoners van Vennebroek
- 1701 gebouwd Caspar van Selbach gedeputeerde
- 1706 geërfd Kinderen van zijn broer Johannes predikant, broers (overleden)
en Anna Helena (getrouwd met Petrus van Oostbraoek, dokter) - 1717 verkocht aan Bareld Homan, tussenpersson
voor Hendrik Jan Ellents (5240 carolusguldens) - 1739 failliet, toegewezen aan Samuel Nijsingh,
bewoond door zoon Coenraad Samuel - 1746 verkocht aan Unico Everd Alberda (7988 carolusguldens),
gehuwd met (1) Theodora Elisabeth de Sigers ter Borch, dochter;
(2) Johanna Agnes van Dongen t Vledderinge, twee dochters en zoon - 1783 verkocht aan J. Geertsema-Wyhel, vredesrechter (12.100 carolusguldens)
- 1790 vertrokken naar Schildwolde, verkocht aan Hans Heinrich Beck,
gehuwd met Isabella Mackay - 1812 geërfd door de vier kinderen
- 1813 verkocht in percelen; behalve herberg waar Hans Bernhard Beck caféhouder wordt
Verder lezen:
De nadagen van Vennebroek
Een kroegbaas van adel
Unico Evert Alberda
Hendrik Schummelketel
Havezate Vennebroek
Huizen van stand
Startpagina Anloo aan de Aa
