2014-nr.7 Herinneringen aan Anloo (3)

Nieuwsbrief jaargang 9 nummer 7
oktober 2014

Herinneringen aan Anloo, opgetekend in 1986 door  Gr. van der Werff. Zij was dochter van K. van der Werff die Hoofd der School van Anloo was van 1922 tot 1926. Het verhaal is opnieuw geredigeerd.
Het originele stuk bevindt zich in het archief van de Hervormde gemeente van Anloo.

09-07 figuur 1

Figuur 1. Klaas van der Werff in Vledderveen. Hij was hier onderwijzer voordat hij naar Anloo kwam.

 Het hoofd der school had een wat vreemde maar voor die tijd als normaal aanvaarde vermenging van functies: schoolhoofd, orga­nist en zoiets als kerkbewaarder/koster. De zorg voor het prachtige avondmaalsservies hoorde daar ook bij. De grote oude zilveren bekers en de grote tinnen broodschaal werden in het schoolhuis bewaard en bij avondmaals­diensten zorgde meester ervoor dat de bekers werden gevuld met wijn(hij bestelde daar Bergerac voor)en dat er stukjes brood op de schaal waren. De bekers gingen op ouderwetse wijze rond en ieder nam een slok wijn. Aan het eind van de rondgang lagen er op de bodem wel wat resten pruimtabak.
Voor de doopdiensten was er toen nog het koperen doopbekken, dat stond altijd gewoon in de kerk. Voor het begin van de dienst zorg­de meester dat er een kommetje water in stond.
Traditie heerste rond geboorte en dood. Het kerkbezoek was in Anloo niet overweldigend in die tijd. Men hoorde bij de kerk: jongelui werden aangenomen, dan waren ze volwassen en van de catechisatie af, maar daarna, nou ja….  Had er zich echter in de familie een sterfgeval voorgedaan, dan kwamen de nabestaanden steevast een aantal zondagen achter elkaar in de kerk ook al had men ze voorheen er nooit gezien en zag men ze ook later nimmermeer.
De kerstboom had zijn entree nog niet gedaan, noch in de kerk noch in de huizen, maar met Palmpasen liepen de kleinere kinderen individueel met hun eigen haantje op een stokje.
Het Paasvuur op Paasmaandag vereiste heel wat zorg van de, vooral jonge, mannen: het vuur moest flink hoog zijn en lang branden. Er was een concurrentie tussen de dorpen: wie had het hoogste vuur? In deze contreien had het kleine Schipborg altijd het hoogste vuur, maar dat was gemakkelijk bereikt want zij bouwden hun vuur op één van hun zand­heuvels.

Een week voor Pasen begon het ophalen van het materiaal. De jongelui reden met paard en wagen door het dorp, zingende:
“hei je nog old ruven en old wannen
Die wij Poasenmoandag brannen,
Of een bossien bessenrys
Anders hew’wy Poasenmoandag nies”

Er bestond toen geen vuilophaaldienst, een ieder zorgde voor het verwijderen van het eigen afval, dus men kon gemakkelijk wat bewaren voor het paasvuur. Er werd altijd rekening mee gehouden, en karton, hout en takken werden in een hoek van de tuin of schuur bewaard en graag aan de jongelui afgestaan.

09-07 figuur 2

Figuur 2. Klaas van der Werff in Anloo: we hebben nog geen foto kunnen vinden! Wie heeft er een?

Dergelijke tradities vielen natuurlijk ook zeer in de smaak bij de geïmporteerde inwoners, dominee en meester met hun echtgenotes. De beide jongen paren kregen vrij spoedig na de komst van meester een hartelijk contact, en dat hield tot het einde van hun levens stand. Gedurende dat ene jaar in Anloo (Ds. Sevenster vertrok in 1923, de volgende jaren had Anloo geen eigen predikant en stond de mooie oude pastorie leeg)was het contact ontstaan. De heren zagen elkaar veel, bijna dagelijks. Op zondagen bij mooi weer gingen ze ’s middags na de thee vaak een eind wandelen door de velden rond het dorp, dat oeroude gebied waar de sporen van vroege bewoning nog steeds aanwezig zijn. De tumuli in de richting Eext, de hunebedden.  Zoals dat grote vrij gave hunebed in het Kniphorstbos, waar je als kleuter recht onder de stenen kon staan. Dit bos behoorde met de omliggende landerijen tot het bezit van de heer Kröller, die door architect Berlage de modelboerderij “De Schipborg” had laten bouwen. De eigenaar, tegenwoordig (1986) zou men hem een playboy noemen, liet de bedrijfsvoering over aan een beheerder die op het terrein woonde. De heer Kröller zelf was meestal afwezig, echter zo nu en dan manifesteerde hij zich en reed dan wat rond door de omgeving in zijn Ford personenauto. Hij was ook de eerste in de wijde omgeving die een radio bezat: een wonderkastje waarmee men na veel gedraai en gezoek vage klanken kon opvangen. Wilde men echt wat horen dan kwam er een koptelefoon aan te pas. Vriend Kröller (zoon van de bekende heer en mevrouw Kröller-Müller) bleek later politiek niet te deugen: hij werd een bekend N.S.B.er. In de tijden ver voor de N.S.B.-ellende zal hij ook vaak onderwerp van gesprek geweest zijn en ook toen al stellig in negatieve zin. Zo was het althans in Anloo en omgeving, waar zijn doen en laten hoofdschuddend werd gadegeslagen.

Zoals vermeld vertrok Ds. Sevenster in 1923 hoewel hij het in Anloo niet onprettig vond. Eén van de redenen tot vertrek zal wel de treurige financiële positie van de predikant geweest zijn. Het tractement was werkelijk zeer laag, veel lager dan het salaris van het schoolhoofd. De bezoldiging van de predikant was toen mede afhankelijk van de geldelijke welstand van de kerkelijke gemeente. Zo hadden sommige kerken landerijen in bezit, welke werden verhuurd etc. Anloo was niet rijk, de bevolking was ook niet scheutig. Zo werd er in de collectezakjes voor de diaconie etc. ’s zondags vrijwel nooit meer dan 1 cent gedeponeerd. Leek er ergens een dubbeltje tussen te blinken dan bleek dat bij nadere beschouwing vaak een zilverpapier verpakte halve cent. Nu werd de predikanten natuurlijk niet uit de collecten betaald maar slecht was zijn inkomen zeker. Wel was hem vrijdoem van personele belasting toegezegd maar toen hij de administrerend kerkvoogd om dat geringe bedrag vroeg, viel die boos uit. Dat kon helemaal niet, alles was toch al veel te duur, kortom het kon niet. En meester moest ook aar eens komen, dat orgelgeld moest ook wat veranderen. Meester kreeg nl een kleine vergoeding voor zijn organistschap. Dominee ging verdrietig naar huis en rapporteerde aan meester wat er gezegd was. Die ging met opgestoken zeil onmiddellijk naar die kerkvoogd. Hij werd heel vriendelijk ontvangen, er werd over koetjes en kalfjes gesproken maar de kerkvoogd zweeg over geld. Hij was wel zichtbaar onrustig, men kende meester zolangzamerhand. Eindelijk vroeg meester wat er aan de hand was, de kerkvoogd wilde hem toch spreken? Die zag de bui hangen en draaide eromheen. Toen barstte de bui goed los. Meester trok alle registers open en veegde de vloer aan met de kerkvoogd en de zuinige politiek. ’s Mans vrouw trachtte meester te kalmeren: “de baas had een zwak hart”….Dat hielp niets, meester vertelde voor eens en voor al hoe hij erover dacht en maakte duidelijk dat het een schande was de dominee zo te behandelen. De kerk­voogd had er natuurlijk niets tegenin te brengen en stamelde braaf dat hij het allemaal niet zo gemeend had en dat dominee en mees­ter het helemaal verkeerd begrepen hadden. En natuurlijk kon dominee het geld voor de personele belasting halen. Hetgeen geschiedde.

09-07 figuur 3 detail

Figuur 3. Klaas van der Werff in Bovensmilde. Hij werd hier bovenmeester nadat hij uit Anloo vertrok.

Toen dominee Sevenster vertrokken was werd er geen nieuwe predikant beroepen in de komende jaren. Ook dit was een gevolg van de financiële problemen: Anloo weigerde aan bepaalde verplichtingen te voldoen.
De wekelijkse kerkdiensten werden nu waargenomen door de predikanten uit de omgeving (de ring) bij toerbeurt ’s morgens of ’s middags. Na afloop van de dienst dronk de predikant dan meestal koffie of thee in het schoolhuis. De relatie tussen de “ring­predikanten” en het onderwijzerspaar was over het algemeen uitstekend, alleen met de toen­malige predikant uit Roden was er weinig contact. Deze dominee was een vreemde figuur: hij zag er letterlijk vies uit in een oud pak vol vlekken, een touwtje in plaats van een veter in een schoen, kortom een verslonsde vrijgezel, een zonderling. Hij was zeer streng orthodox en sprak met een zwaar Duits accent, hij was afkomstig uit Oost-Friesland, en als hij preekte was het aantal kerkgangers geringer dan ooit.
Nu had zich in de zomer van 1925 de ramp van Borculo voltrokken, de cycloon die in enkele minuten grote verwoestingen in dat dorp had aangericht. Iedereen was diep onder de indruk van een zo’n onvoorstelbare ramp waar de kranten uitvoerig over berichtten en foto’s van publiceerden en men had innig medelijden met de slachtoffers.
Op de zondag na die ramp kwam de dominee uit Roden de middagdienst leiden. Er was een gehoor van ongeveer 10 mensen; mogelijk heeft hem dat geërgerd: heidense bevolking! Zijn preek was actueel, over de ramp. Het kwam erop neer dat die ramp een straf des heren was. De Borculoërs hadden te zondig geleefd, te werelds en niet vroom genoeg. De gemeente liet de boetpredikatie min of meer gelaten over zich heen komen, met een innerlijk schouderophalen, wellicht. De organist zat zich te verbijten, hij was een gevoelsmens en innig begaan met de onschuldige Borculose bevolking. Nu was het de gewoonte dat na het “amen” van de predikant de organist iets speelde zonder gemeentezang, dat kon iets zijn waar de preek hem toe inspireerde. De slotwoorden van de predikant waren deze keer: “en alles is ja vervloekt en alles is ja verdammt. Amen”. Daarop speelde het orgel: “van je hela hola houd er de moed maar in”. De kerkgangers keken eerst verschrikt om, bogen hun hoofden maar schudden van het lachen. Dominee stond verstard rechtop in de kansel. ’s Avonds liepen groepjes jongelui door het dorp, langs het schoolhuis vrolijk zingend: “van je hela hola……” Meester had onmiskenbaar aan populariteit gewonnen. Zelf maakte hij zich zorgen over zijn spontane reactie: hij wilde zijn geliefd orgel niet missen en als de predikant een klacht zou indienen zag het er niet best uit. Enfin, de predikant, zich mogelijk bewust van zijn impopulariteit ook onder zijn collega’s, reageerde niet.
Meester was nu enige jaren in Anloo en hij vond het welletjes. Hij wilde een wat grotere school in een minder afgelegen plaats. Hij had het besluit misschien wat te haastig genomen want later gaf hij toe dat hij er mogelijk beter aan had gedaan wat langer te blijven. De herinneringen aan zijn Anloose tijd bleven hem zijn hele leven dierbaar.

09-07 figuur 4

Figuur 4. Klaas van der Werff in Winschoten. Hij heeft hier aan twee scholen les gegeven.

Toevalligerwijze vond er vlak voor het vertrek een avondmaalsdienst in de kerk plaats. Na afloop van de dienst bleek er nogal wat wijn in de bekers over te zijn gebleven, inclusief de sliertjes tabak. Er was ook een aangebroken fles met een klein restje. Leysen kreeg altijd de aangebroken fles mee. “Wat niet weet wat niet deert”, dacht meester bij het opruimen en kieperde de bekerresten in de fles. Leysen bleek erg blij met een fles waar nog zoveel wijn in was.
Een paar dagen later gingen meester en zijn vrouw een afscheidsbezoekje brengen bij het echtpaar Leysen. Na de thee werd een glaasje wijn aangeboden en meester besloot nu even zijn geheelonthouderschap op sterk water te zetten. De wijn bleek lang niet slecht en meester complimenteerde zijn gastheer. “Joa meester, da’s nog van ’t aovondmoal”, zei Leysen. Voor een tweede glaasje bedankte meester vriendelijk, in gedachte zag hij de inhoud van de bekers…..
Enkele dagen later kwam de verhuiswagen en verliet meester met zijn gezin het lieflijke Anloo.

Naschrift: we zijn aan het zoeken gegaan om een foto te vinden waar Klaas van der Werff op staat. In Anloo is er vooralsnog geen te vinden. We hebben contact opgenomen met de historische verenigingen van zowel Vledderveen (waar v.d. Werff eerst onderwijzer was) en Bovensmilde (waar hij bovenmeester werd nadat hij uit Anloo vertrok). Beide verenigingen hebben een foto aangebracht. Na Bovensmilde vertrok van der Werff voor de rest van zijn carriere naar Winschoten, waar hij aan 2 scholen heeft les gegeven: de school aan de Gassingel en de school aan het Omsnijdingskanaal. Van een bevlogen amateur historicus uit Winschoten kregen wij ook een foto.
Alle drie de foto’s drukken we hierbij af. Hopelijk krijgen we veel reacties en kunnen we de echte van der Werff aanwijzen.
Mocht u zelf nog foto’s hebben uit de vooroorlogse periode dan zouden we die graag eens bekijken.

 

Joke en Jan Benjamins

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *