2014-nr.9 De lagere school in Anloo omstreeks 1950 (1)

In dit artikel proberen we u een indruk te geven van het reilen en zeilen, in de jaren 60, op en om de lagere school van Anloo. We nemen in dit stukje het gebouw en het onderwijs onder de loep. In het volgende artikel gaan we verder met de leerlingen, sport, spel enz.

Het gebouw

De school in 1950 zag er heel anders uit dan nu. Er waren drie lokalen waarvan één lokaal in gebruik was als opslagruimte. In 1954 , bij de oprichting van de gymnastiekvereniging  GAVAS, werd dit lokaal omgeturnd tot gymlokaal. In elk lokaal werd les gegeven aan drie of vier klassen. Klas 1, 2 en 3 zaten in het middelste lokaal en kregen les van één  juf, klas 4, 5, 6 en 7 hadden les van één meester. De school werd verwarmd door cokeskachels, in ieder lokaal één. De cokes werd opgeslagen in een schuurtje dat schuin achter de school stond, tevens opslag voor oud papier, dat werd ingezameld om mede de schoolreisjes te bekostigen. Dit schuurtje werd, bij “ernstige overtredingen”  ook  gebruikt als “strafhok”. De ingang, een dubbele deur met een hoge stoep, was aan de kant van de meesterswoning. Je kwam dan in een lange gang met links de lokalen, hier zaten ook de kapstokken en de bakken voor de klompen. In die tijd droegen de meeste kinderen klompen, je mocht hiermee, vanwege het lawaai en aanhangende rommel, niet naar binnen. Rechts achter in de gang zaten de toiletten. Dit waren geen toiletten met waterspoeling, alles  viel rechtstreeks in een put. Je kunt je de geur in de gang wel voorstellen. Men zag toen al wel in dat hier  hoognodig verandering in moest komen.

In mei 1960 werd dan ook begonnen met de verbouw van de school. De oude boogramen aan de voorkant werden vervangen door grote vierkante ramen, die een zee van licht doorlieten. De leslokalen werden gemoderniseerd en het gymlokaal werd vergroot. De toiletten kregen een plaats in een nieuwe dwarsvleugel en niet onbelangrijk, ze werden voorzien van waterspoeling! De ouderwetse kolenkachels werden vervangen door oliestook.  Er kwam een onderwijzerskamer in de dwarsvleugel en hierin kwam ook de ingang. De school kreeg in grote lijnen zijn huidige gezicht. Tijdens de verbouwing kregen de kinderen les op de bovenverdieping van de zuivelfabriek, in de grote kamer (studeerkamer) van de oude pastorie en in een bijzaaltje van café L. Popken. De verbouwde school werd op 1 oktober 1960 heropend.

09-09 figuur 1

Figuur 1. De verbouwde school, geopend 1 oktober 1960.

Rondom het hele gebouw, behalve achter, zaten ijzeren hekken in betonnen palen. Tijdens de lesuren, van 9.00 tot 15.00 uur,  mocht je niet buiten de hekken komen, dit werd strikt opgevolgd. Achter de school, achter het kolenhok, begon een schoolplein met tegels. Omstreeks 1952 werd het sportveld achter de school aangelegd. De ruimte rondom de school was verhard met grind.

 

Het onderwijs

De leerplicht begon zodra een kind was ingeschreven, je moest voor 1 april, de eerst helft van het jaar, of voor  1 oktober, de tweede helft van het jaar,  6 jaar zijn. In 1954 was er nog een leerplicht van tenminste 8 jaar op één of meer scholen (lager en/of voortgezet).

09-09 figuur 2

Figuur 2. Schoolkinderen aan het werk op het land.

In die tijd was er ook nog sprake van land­bouwverlof, hoogstens 2 weken. De inspecteur moest hiervoor toestemming geven. De toe­stemming werd geweigerd als:

  1. Het kind gedurende de laatste 6 maanden voorafgaande aan de aanvraag de school niet regelmatig had bezocht.
  2. Als er landbouwwerkzaamheden werden verricht in loondienst.
  3. Het kind de leeftijd van 12 jaar nog niet had bereikt.
  4. Wanneer men het vermoeden had dat het verlof niet zou worden gebruikt t.b.v. de landbouw.

Het hoofd van de school, toen nog geen directeur, hield een lijst (absentielijst) bij met de gegevens van de kinderen. Hierin werd het verzuim ( geoorloofd of ongeoorloofd) van de kinderen bijgehouden. Deze lijsten moesten 10 jaar bewaard blijven. Binnen 3 dagen na afloop van elke maand ging er een brief naar de inspectie met een opgave van deze verzuimen.

In het jaarverslag, ook aan de inspectie, werd in 1949 vermeld dat er in dat jaar ongunstige factoren  het onderwijs nadelig hadden beïnvloed. Dit had betrekking op de ziekte en het overlijden van meester Lemstra. Ook in 1949 staat in een schrijven van de gemeente vermeld, dat men voor het aanschaffen en onderhouden van schoolbehoeften, leermiddelen en schoolboeken, een bedrag van f.6,00 per leerling kreeg.

De vakken die werden gegeven waren in de eerste 3 klassen: rekenen, taal, schrijven, lezen, zingen en tekenen. In de volgende klassen kwamen daar nog aardrijkskunde, geschiedenis en plant- en dierkunde bij. Later, bij meester van Dijk, moesten er ook  krantenknipsels worden meegenomen over gebeurtenissen in binnen- en buitenland. Ook plaatselijke zaken kregen de aandacht, b.v. de blikseminslag bij de fam. A. Okken aan de Annerweg was groot nieuws.

09-09 figuur 3

Figuur 3. Krantenknipsel: blikseminslag bij de familie Okken.

Het rekenen leerde je door gebruik te maken van een telraam. Het schrijven begon je te leren door middel van een doordrukpapiertje. In 1950 schreef men rechtop. De klassen van Meester Soer kregen zangles  van de juf omdat de meester geen wijs kon houden.

Bij de lessen aardrijkskunde, geschiedenis en plant- en dierkunde, ook het vak menskunde viel hier onder, maakte men veel gebruik van prachtige schoolplaten. De overwintering op Nova Zembla was een mooi voorbeeld, ook de plaat van het menselijk lichaam, waarop zorgvuldig de edele delen waren weggelaten, was een plaat om niet te vergeten. Bij plant- en dierkunde gingen de kinderen soms de “steeg” in, om in het vrije veld heel aanschouwelijk les te krijgen.  Er werd dan uiteraard een herbarium aangelegd.

Wordt vervolgd!

Albert Okken
Roelie Völlink

 

Bron: archief  OBS Anloo.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.